Wat een pracht plaatje. Alle deuren en ramen op de benedenverdieping
sluiten ritmisch en als vanzelf op elkaar aan. Het is volstrekt onbekend waar
deze afbeelding vandaan komt. Een visitekaartje met een merkwaardige afmeting?
Een dure kleurenadvertentie in een periodiek? Hoe dan ook, deze is fraai
gedrukt op zachtgeel, gemarmerd papier. Wilphorst koos voor een ontwerp dat door
die sierlijke blauwe korenbloemen en het krullerig wapen van Stad misschien paste
in de Jugendstil, een kunststroming die in de eerste helft van de twintigste
eeuw te pas en te onpas de dienst uitmaakte. Maar hier zien we een vrijblijvend
niemendalletje, dat al gauw de vraag
opdringt hoe men zo iets heeft weten te bedenken?! (Terzijde. De vier punten
achter iedere tekstuele mededeling hebben geen nut. Deze maken het er grafisch
gezien erg rommelig van.)
We kijken kennelijk door een patrijspoort, met talloze
koperen nagels aan de kajuit van een boot is vastgeklonken. Land in zicht! We
zien Huis de Beurs en de buurman, het Beurs-Theater. Dit laatste is een fraai
en indrukwekkend geheel dat in 1904 door architect K.H. Holthuis (1852-1942)
werd gebouwd. Huis de Beurs leunt er maar wat onhandig tegen aan. Na de brand
van 1927 kreeg het er een etage boven op, waarmee het geheel zoveel meer
statuur kreeg. De sierlijk aangebrachte tekst Het Huis de Beurs bovenin de voorgevel werd na de restauratie zonder
lidwoord in ferme kapitalen teruggebracht. Dat Beurs-Theater is overigens in de
loop der tijd zo vaak verkeerd vertimmert en slonzig verbouwd dat van de oorspronkelijke
gevel de grandeur en de evenwichtige verhoudingen vrijwel niets meer over is. Neem
poolshoogte! De gedachte dat in principe vrijwel alles te allen tijde naar het
origineel kan worden gerestaureerd biedt hoop.
