Het is een week of wat voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.
Het is woensdag 3 juni 1914. Een veldwachter staat voor Folkingestraat 1 in de
Jodenbuurt van Groningen. Streng bewaakt hij de restanten van het pand dat de
nacht er voor volledig is uitgebrand. Beneden was ‘De Goedkope Winkel’
gevestigd, een zaak in ongeregelde, goedkope goederen, zoals dekens, kleren,
verf, gordijnen en behang. Alles wat maar eenvoudig en snel verhandelbaar was.
De winkelier was Alexander Roseboom, een 44-jarige Joodse ondernemer die er met
zijn nering succesvol aan de weg timmerde. Met zijn gezin woonde hij boven de
winkel. Maar dan ineens, die nacht, lieten zijn vrouw Dientje en hun tienjarig
dochtertje Froukje bij die noodlottige brand met verstikkende rook droevig het
leven. De eigenaar van het pand, J. Wilphorst, exploiteerde op dat moment ook
Huis de Beurs. Dertien jaar later kreeg hij ook een felle brand voor zijn kiezen:
op 9 mei 1927 stond de bovenste etage van Huis de Beurs ineens in lichterlaaie.
Maar dit terzijde.
‘De Goedkope Winkel’ bleek niet meer te redden. Deze werd dan ook tot de grond toe afgebroken. Een braak liggend veldje resteerde. Wilphorst gebruikte dit als opslag en rommelplek. Totdat hij in 1925 besloot er een aanbouwtje neer te zetten. Dit kreeg in de loop der tijd allerlei functies, zoals werkplaats, schuur en een combinatie van drankvoorraad, telefooncel en gokhok. In 2008 kreeg deze ruimte, na invoering van het wettelijk rookverbod, ook even de functie als rookhok. Totdat de autoriteiten deze ruimte niet als zodanig erkende. Tegenwoordig kennen we dit als de serre. Noemenswaardig is het feit dat het muuranker dat we aan de buitengevel van Huis de Beurs op deze dramatische foto aantreffen tegenwoordig deel uit maakt van het interieur van die serre. Buiten werd binnen.
Dat ene muuranker weet veel te verhalen.
