Allerlei onduidelijke, misschien wel onbeduidende schilderijen, oude
portretten en historische foto's aan de wanden van Huis de Beurs, die maken er de
dienst uit. Wanneer we via de draaideur binnendraaien, dan worden we
onmiddellijk geconfronteerd met het portret van een jonge Koningin Wilhelmina,
een saai en statisch ingekleurde tekening van Huis de Beurs, een
olieverfschilderijtje met het verre zicht op het oude Kampen en een wat groter
tafereel waarop we paarden koetsen zien trekken. Deze laatste afbeelding is
niet te lokaliseren.
De romantische charme ervan doet denken aan Parijs, begin
twintigste eeuw, maar de koetsen passeren elkaar rechts. Dan zijn we al gauw in
Londen. Het schilderij is gesigneerd met een onleesbare krabbel. Hoe dan ook,
het vraagt om uitpluizen.
Maar nu.
Onlangs zat Marcel Duran (1962) op enige afstand van geschetst hoekje.
Hij maakte er een pracht plaatje; olieverf. De dame in de bediening bekommert
zich over haar gasten, links en rechts verdiept men zich in hetgeen die
verdieping vraagt. Maar het schilderij met paarden en koetsen, dat ontbreekt.
Het was een week of wat daarvoor naar beneden geflikkerd. De houdbaarheid van
spijkers is kennelijk beperkt.
Maar goed. We zien hier wat er niet is: dat schilderij op dit
schilderij. Omdat het er niet hangt kan het niet geschilderd worden.
Duran liet het voor wat het was.
