Ton
Dubbeldam (1957) gaat op zijn schilderijen mooier met de werkelijkheid aan de
haal dan dat deze feitelijk is. Ach ja, aan het leven moet misschien wel eens een
fraaiere draai gegeven worden dan dat dit soms is. En dat doet Dubbeldam
behendig. Met zijn kwasten.
‘Beursgenoegens’,
zo betitelde hij dit werk.
De heldere
gele klinkers van de Folkingestraat verdienen bij hem de kleur paars. En de
terrasstoelen ogen met die ronde vormen als exemplaren van comfortabel Thonet,
terwijl men deze, eenmaal daar gezeten, als Spartaanse tucht zal hebben
ervaren.
Op deze
smalle, staande compositie zit aan het voorste tafeltje een gesoigneerde heer.
Aandachtig bladert hij door een boek. Op de rechterpagina ervan zien we een
plaatje afgebeeld. Het is gissen naar de inhoud ervan. We zullen nooit weten
welk boek dit is. Naast zijn lege kop koffie ligt nog een exemplaar. Een kloek boek. Dit vraagt nogal wat plek op dat tafeltje. We zouden het
Dubbeldam eigenlijk moeten vragen: was dat boek zo groot of was dat tafeltje zo
klein? Of ontsproten de weergegeven dimensies aan zijn fantasie?
Hoe het
ook zij, iets verderop rekent de dame die het terras van Huis de Beurs aan de
Folkingestraat bedient een en ander af. Nuchtere zakelijkheid. Op een paarse
straat.
