De draaideur die Huis de Beurs typeert bespraken we hier al eerder. En daar pakken we de draad op.
Er bovenop treffen we ter stoffering een Keulse pot en twee koffiemachines aan,
waaronder een gegalvaniseerd filterkoffie-apparaat. Gedurende jaren heeft deze in Huis de Beurs zijn sporen verdiend. Deze stond ooit op de plek waar we nu achter het buffet de
ultramoderne driegroeps Faema Teorema dagelijks
zijn onvolprezen kwaliteit bewijst.
's
Morgens vroeg, lang voordat de zaak werd geopend, zetten de
obers twee geƫmailleerde fluitketels van vijf liter water op het fornuis. De
beide filters van het apparaat werden intussen zorgvuldig met gemalen
koffiebonen gedoseerd en wel in die mate en met die maling die de hoogste
kwaliteit van de te serveren koffie garandeerden. Het luisterde allemaal nauw. Vakmanschap
is immers meesterschap. Wanneer de
ketels floten, dan was het moment daar om het kokend water via de cilinder in
het midden over beide koffiefilters te verdelen. Dat was een nogal lastig en
riskant gedoe, want dit moest allemaal bovenhands. Een krukje om op te staan
maakte dit wat eenvoudiger, maar vooral veiliger. Aan wat kokend water kan
veroorzaken, daar moet je vooral niet denken!
En dan werd
het zeven uur, vroeg in de morgen, het moment waarop Huis de Beurs de draaideur aan de praat bracht. Marktkooplui, junks, passanten, studenten, hoerenlopers,
scharrelaars en wie al niet kwamen af op de geur van de beste verse koffie. Daar
was het met dit apparaat om te doen.
Het kraantje
ging open en het kraantje ging dicht. Het kraantje ging open en het kraantje
ging weer dicht. Je zou het kraantje het liefst permanent open laten staan.