De tegen de klok draaiende tourniquet is de
kenmerkende entree van Huis de Beurs. 's Winters heeft het mechaniek nogal eens
last van de kou. Dan krimpt een en ander, waardoor deze moeizaam draait. Dat
gaat gepaard met een traag grommend geluid. 's Zomers worden de vier panelen
tegen elkaar gevouwen. Dan is de deur weggeklapt. En ineens is-ie er niet meer.
Deze draaideur is een eenvoudige replica van het
origineel, dat er tot begin jaren '80 van de vorige eeuw doldraaiend dienst
deed. Als we goed kijken, dan zien we allerlei schroeven en boutjes en
versleten ijzeren platen die de onderkant van het houtwerk beschermen.
Natuurlijk kan dat allemaal netter, maar afdoend lapwerk heeft zo zijn charme.
De glasramen van de deur verwarren. Wat zien we?
De werkelijkheid of de reflectie ervan? Beide! Waarom lezen we op de markies duidelijk EURS
en deze letters niet in spiegelschrift? Stof tot nadenken. Mentale gymnastiek!
In 1979 verscheen De Draaideur, de eerste roman
van A.F.Th. van der Heijden. We citeren: Een draaideur is een ding dat de
lucht in vakken verdeelt, zodat een kleine hoeveelheid lucht verbindingen aangaat met grote hoeveelheden van verschillende temperatuur en vochtigheid, die hun eigenschappen niet mogen verliezen.
Ook Van der Heijden geeft ons stof
tot nadenken, nadenken over een draaideur.
Het moet niet gekker worden.