zondag 26 januari 2020

1964







Wat zien we hier? Ja, Huis de Beurs natuurlijk. Maar wat straalt het een troosteloosheid uit! De deur staat open, maar daar even voor de gezelligheid naar binnen stappen, nee, dat vraagt de nodige moed. De vitrages achter elk raam, groot of klein, alle lijken iets te verbergen. We mogen het niet zien. 

Dit is een ansicht die Huis de Beurs in 1964 als reclamekaart uitgaf. Het A-Kerkhof en de Folkingestraat lopen als vanzelf als eenrichtingsverkeer in elkaar over. Auto’s werden er geen strobreed in de weg gelegd. Met het trottoir rond Huis de Beurs is het dan ook behelpen. Kom daar tegenwoordig maar eens om. De Folkingestraat maakte tot 1945 een belangrijk deel uit van de Groninger Joodse gemeenschap. Van de bewoners die destijds op transport naar vernietigingskampen werden gezet keerden slechts enkelen terug. Na de oorlog verpauperde de straat. Het ging van kwaad tot erger. In de jaren ’80 namen junks, dealers en pooiers er het heft in handen. Je moest er niet wezen, laat staan gezien worden.

Maar dan. Begin jaren ’90 werd het nieuwe Groninger Museum geopend. Daarmee kreeg de Folkingestraat via het Museumeiland een rechtstreekse verbinding over het Verbindingskanaal met het Hoofdstation. De kortste weg van A naar B is een rechte lijn. Daar kiezen de mensen voor. De Folkingestraat ging daardoor bloeien en floreren. Verhogingen van de huurprijzen van de panden zijn de laatste jaren door de winkeliers lastig bij te benen. Hier wreekt zich de macht van het grote geld. Vraag en aanbod. Het is niet anders. Hoe het ook zij, het maken van een sinistere foto als deze, nee, dat lukt niet meer. Voltooid verleden tijd.

Annemiek Vos

Daar zitten we dan, midden in de winter. Maar nog geen sneeuwvlok gezien. Dat is op dit schilderij wel heel andere koek. Op dit mooie paneel...