Wat zien we hier? Ja, Huis de Beurs natuurlijk. Maar wat
straalt het een troosteloosheid uit! De deur staat open, maar daar even voor de gezelligheid naar
binnen stappen, nee, dat vraagt de nodige moed. De vitrages achter elk raam,
groot of klein, alle lijken iets te verbergen. We mogen het niet zien.
Dit
is een ansicht die Huis de Beurs in 1964 als reclamekaart uitgaf. Het A-Kerkhof
en de Folkingestraat lopen als vanzelf als eenrichtingsverkeer in elkaar over.
Auto’s werden er geen strobreed in de weg gelegd. Met het trottoir rond Huis de
Beurs is het dan ook behelpen. Kom daar tegenwoordig maar eens om. De Folkingestraat
maakte tot 1945 een belangrijk deel uit van de Groninger Joodse gemeenschap.
Van de bewoners die destijds op transport naar vernietigingskampen werden gezet
keerden slechts enkelen terug. Na de oorlog verpauperde de straat. Het ging van
kwaad tot erger. In de jaren ’80 namen junks, dealers en pooiers er het heft in
handen. Je moest er niet wezen, laat staan gezien worden.
Maar dan. Begin jaren ’90 werd het nieuwe Groninger Museum
geopend. Daarmee kreeg de Folkingestraat via het Museumeiland een rechtstreekse
verbinding over het Verbindingskanaal met het Hoofdstation. De kortste weg van
A naar B is een rechte lijn. Daar kiezen de mensen voor. De Folkingestraat ging
daardoor bloeien en floreren. Verhogingen van de huurprijzen van de panden zijn
de laatste jaren door de winkeliers lastig bij te benen. Hier wreekt zich de
macht van het grote geld. Vraag en aanbod. Het is niet anders. Hoe het ook zij, het maken van een sinistere foto als deze, nee,
dat lukt niet meer. Voltooid verleden tijd.
