Licht, dat is wat Herman
van Hoogdalem (1956) vooral boeit. Die fascinatie zien we helder en duidelijk
in zijn veelzijdig oeuvre. Hij behoort tot de kunststroming van het Noordelijk
Realisme, een die zich ferm afkeert van de moeizaam toegankelijke abstracte
schilderkunst. Herman van Hoogdalem hoort zonder meer thuis in het rijtje van Wout Muller, Henk
Helmantel en Matthijs Rölling.
Op deze
aquarel uit 2003 zien we een zo herkenbaar tafereel in Huis de Beurs: hier en
daar wordt van gedachten gewisseld. Aan de stamtafel een man met voor zich
een halfvol, dan wel half leeg fluitje bier. Laten we hem Tony noemen. Voor het gemak steunt hij op zijn
armen. Dat biedt hem houvast. Dat zal kennelijk nodig zijn. Intussen beziet hij
wat er rondom hem zoal te zien is. Als het glas leeg is neemt hij na een volgende
een volgende. Vaste gasten zijn voorspelbaar.
Uit een
anoniem en ongedateerd gedicht, geschreven bij deze aquarel, het volgende
citaat:
het raam, de muur,
de tafel, de stoelen, de vloer
ze kennen geen
verlangen om bij elkaar te horen
maar wat hen een
moment bijeenbrengt is
een laag licht dat
door het raam binnenstroomt
en alles overspoelt
met alle tinten rood
Mooie poëzie
die er hier toe doet.
