Een wat minder verfijnd impressionistisch schilderij, dat zien we hier. Is hier sprake van een contradictio in terminis? Herma van Bolhuis (1964) heeft haar ezel op een plek gezet waar eigenlijk wandelaars, fietsers en knetterende bromfietsen dagelijks hun ruimte opeisen. Knap werk dan ook dat dit schilderij met verrassend oogpunt vanaf een drukke plek geschilderd is, een plek die anderen dagelijks dwingend claimen. Misschien verklaart dit wel waarom het oogt als in alle haast gemaakt.
Links zien
we de natuurstenen trap met krullerige leuning die toegang geeft tot Pronk, een
fraaie zaak die eerder als Zomers goede sier maakte. Fietsen slingeren overal
rond. Ja, wat moet je er immers mee als je er niet op zit! Twee staan er
gestald tegen het gietijzeren hek rechts dat een van de vele paardenkastanjes
op de Vismarkt tegen dit soort hinder beschermt. Hoe ecologisch verantwoord
vervoer tot maatregelen noodzaakt ter bescherming van stedelijke flora! En, is
dit ook een contradictio in terminis? We kijken in de richting van het
A-Kerkhof. De mensen van ver weg veren bij het zien of horen van deze
straatnaam altijd wat op: 'Hé, dat is die rode Monopoly-straat van Groningen.' Voor
de draaideur van Huis de Beurs staat een stel te dralen: een dame die een
flinke paarse rugzak met zich mee draagt bespreekt een en ander met een
jongeman die de kleur van zijn schoenen heeft afgestemd op die van zijn haar. Hoe
dan ook, we zien een knap gemaakte snapshot op een saaie dag, daar aan het
A-Kerkhof.
