Als we het
al niet kunnen zien dat we ons hier in Huis de Beurs bevinden, dan geeft de
staande tekst op de sloof van de ober dit wel ondubbelzinnig aan, mits die ober
niet verdwaald is.
Ach, de
kerstverlichting bungelt nog aan die koperen roede die we in de
volle breedte van het café aantreffen. Het kille witte licht maakt het er
allemaal niet gezelliger op, maar toch was het er weer een vrolijke boel. Dat
laten de aanwezigen toch wel mooi zien.
Links zit
een meneer die zijn zware winterjas op de stoel aan de andere kant van zijn
tafeltje heeft neergelegd. Hij wrijft zich in de handen. Dat doen de mensen
wanneer ze zich verheugen op de mooie dingen die hen te wachten staan. En die
zitten er aan te komen, niet zonder daarin zelf een actieve rol te hebben. Hij
is in afwachting van de Irish Coffee die hij zojuist heeft besteld bij de ober
die deze op het beeldscherm intoetst. Eind jaren '90 deed deze wat slonzige,
maar zo vriendelijke, aandoenlijke gast zich er dagelijks tegoed aan zes Irish
coffees. Op de donderdag had hij altijd het nieuwe Veronica Magazine bij zich.
Een man van de wereld! Bij het afrekenen stopte hij de bediening steeds een
flink extraatje toe.
Toen ineens
verscheen hij niet meer. Nooit meer. Een verzorgingshuis had zich over hem ontfermd.
Hij werd er gelukkiger dan ooit. Zonder Irish Coffees. Zonder Huis de Beurs.